Dialoog

In de maanden voor de ondertekening van het Handvest waren er, in navolging van de WIJ-gesprekken uit 2015, verschillende gesprekken tussen mensen uit de stad. Dit keer stond het thema compassie centraal. Samen werd onderzocht wat compassie voor wie betekent en welke plek zij heeft in de stad. Welke warme initiatieven kent de stad reeds waarbij zorggedragen wordt voor medestadgenoten? En welke plekken zijn er nog koud en hebben aandacht nodig? Welke mogelijkheden zien we om het compassievuur daar aan te wakkeren?

Vele thema’s passeerden de revue. Rode draad in de avonden was dat in Rotterdam, een stad met meer dan 170 nationaliteiten, de kracht van samenleven schuilt in zowel de erkenning van onze gelijkheid in mens-zijn als de uniciteit van ieder mens. Iedere Rotterdammer heeft zijn eigen verhaal. Zijn eigen geschiedenis. Zijn eigen pijnen en zijn eigen talent. Dat maakt de stad rijk. Aan kleuren. Aan mensen. En het vraagt ook iets van haar bewoners: om zich steeds weer open te stellen en welkom te heten, om nieuwsgierig te zijn en uit te reiken.

Toen de vraag ter tafel kwam waarin ieders eigen motivatie schuilt om compassievol stedeling te zijn, kwamen persoonlijke verhalen naar boven. Drijfveren voerden vaak terug naar een moment waarop ze zelf iets behoeften en hulp geboden was uit onverwachte hoek. Die ene daad van vriendelijkheid, soms groot en soms klein, had hun levens zo sterk positief beïnvloed dat de kracht en het belang van compassie in hun verankerd was.

Er zijn stippen van tijd in ons bestaan
Die met bijzondere uitnemendheid
Een vernieuwende kracht bieden,
Die ons gemoed, teneergedrukt
Door misvatting of twistziek idee,
Of iets zwaarders of fatalers,
In alledaagse bezigheid en de ronde
Van gewone ontmoetingen
Voedt en onzichtbaar herstelt.


(William Wordsworth, door Karen Armstrong geciteerd in Compassie)